Het goede Nieuws van Jezus opgeschreven door Johannes

De bruiloft in Kana

1 Op de derde dag was er een bruiloft te Kana, [een stad] in Galilea. De moeder van Jezus was daar. 2 En ook Jezus en Zijn leerlingen waren uitgenodigd voor de bruiloft. 3 Toen er een tekort aan wijn was, zei de moeder van Jezus tot Hem: “Zij hebben geen wijn meer.” 4 Jezus zei tot haar: “Vrouw, wat wilt u van Mij? Mijn uur/tijd is nog niet gekomen.” 5 Zijn moeder zei tot de bedienden: “Wat Jezus° ook tot jullie zal zeggen, doe dat.” 6 En daar waren zes stenen watervaten neergezet, naar het reinigingsgebruik* van de Joden, elk met een inhoud van twee of drie metreten (dit is ongeveer 80 of 100 liter water). 7 Jezus zei tot hen: “Vul de watervaten met water.” En zij vulden ze tot aan de rand. 8 En Hij zei tot hen: “Schep er nu iets uit en breng het naar de leider van het feest.” En zij brachten het. 9 Toen de leider van het feest het water geproefd had, dat wijn geworden was (en hij wist niet waar de wijn vandaan kwam, maar de bedienden die het water erin geschept hadden, wisten het wel), riep de leider van het feest de bruidegom. 10 En hij zei tot hem: “Ieder mens zet aan het begin de goede wijn voor en wanneer men er goed van gedronken heeft, de mindere, maar jij hebt de goede wijn tot nu bewaard!” 11 Dit was het eerste wonder/teken (van de vele) die Jezus deed te Kana in Galilea en liet zo Zijn glorie/heerlijkheid zien en Zijn leerlingen geloofden in Hem. 12 Hierna daalde Jezus° [van de berg] af naar Kapernaüm, Hij, Zijn moeder, Zijn broers en Zijn leerlingen. Zij bleven maar enkele dagen.

2:6 *Reinigingsgebruik
Waarschijnlijk gaat het hier over de tradities van de oudsten/voorouders (Mar 7:5-9). Al kon deze traditie wel gebaseerd zijn op bijvoorbeeld de priesters die hun handen moesten wassen voor de tempeldienst (Exodus 30:17-21), maar dit gold niet voor het hele volk, zoals nu wel geleerd werd (Mar 7:3-4). Nu hoeft een traditie niet slecht te zijn, maar wel wanneer we zeggen dat God het geboden heeft, want dan voegen we toe aan het Woord van God, zoals veel religieuze Joodse leiders (de “ontrouwe herders” Eze 34) dit deden (Mat 23:2-4).

Doordat Jezus deze stenen vaten met water gebruikt, die Hij veranderde in wijn, liet Hij een prachtig beeld zien van een innerlijke reiniging die wij allen nodig hebben. De wijn verwijst namelijk naar Zijn bloed (Mat 26:27-29) dat ons reinigt van alle zonden (1 Joh 1:7-10). Daarnaast is dit ook Zijn eerste wonder, wat ons doet denken aan het eerste wonder van God die water in bloed veranderde (Ex 3:20; Ex 7:17) tot zelfs in de stenen vaten (Ex 7:19). Toen in Egypte (dit is een beeld van de wereld/de onbekeerde mens) bracht het bloed de dood voort als bestraffing op de ongehoorzaamheid aan God en nu brengt het bloed van Jezus eeuwig leven voort als beloning voor de gehoorzaamheid aan Hem/het Woord (Joh 3:36; 1 Pet 1:22-23), wat mogelijk is door Zijn genade (Tit 2:11-13).

De tempelreiniging
(Mat 21:12-13; Mar 11:15-17; Luk 19:45-46)

13 Het Pesachfeest van de Joden naderde en Jezus ging [de berg] op naar Jeruzalem. 14 In de tempel trof Hij hen die runderen, schapen en duiven verkochten, en de geldwisselaars die daar zaten. 15 En nadat Hij een zweep/gesel van touwen gemaakt had, dreef Hij ze allen de tempel uit, ook de schapen en de runderen, en wierp het geld van de wisselaars op de grond en keerde de tafels om. 16 Jezus° zei tot hen die de duiven verkochten: “Neem deze dingen weg van hier, maak niet het huis van Mijn Vader tot een huis van koophandel!” 17 En Zijn leerlingen herinnerden zich, dat er geschreven staat: “De ijver voor Uw huis heeft Mij verteerd.” (Psa 69:10)

“Want de ijver voor Uw huis heeft Mij verteerd, de smaad van wie U smaadt, is op Mij neergekomen.”
Psalmen 69:10

18 De Joden (de “ontrouwe herders” Eze 34) zeiden tot Hem: “Welk teken/wonder toon Jij ons, dat Jij deze dingen doet?” 19 Jezus antwoordde: “Breek deze tempel af en in drie dagen zal Ik hem laten herrijzen.” 20 Toen zeiden de Joden (de “ontrouwe herders” Eze 34): “Zesenveertig jaar is aan deze tempel* gebouwd en Jij zult hem in drie dagen opbouwen?” 21 Maar de tempel waarover Jezus° sprak, was Zijn [eigen] lichaam. 22 Toen Hij dan opgestaan was uit de doden, herinnerden Zijn leerlingen dat Hij dit tot hen gezegd had, en zij geloofden de Schrift en het woord dat Jezus gesproken had. 23 Terwijl Jezus° nu met Pesach, tijdens het feest, in Jeruzalem was, geloofden velen in Zijn Naam, toen zij Zijn wonderen/tekenen zagen die Hij deed. 24 Maar Jezus vertrouwde Zichzelf niet aan hen toe, omdat hij hen allen kende, 25 en Hij had het niet nodig dat iemand van de mens getuigde, want Hij wist Zelf wat er in de mens was. (Jer 17:10)

2:20 *Tempel
De tempel waar de Joodse leiders over spraken, werd 40 jaar later afgebroken/verwoest en toen de brief aan de Hebreeën geschreven werd, stond deze op het punt te verdwijnen (Heb 8:13; 9:8) en dit gebeurde in het jaar 70 na Christus, zoals voorzegd is door vele profeten, waaronder Micha, Daniël en zelfs Jezus (Micha 3:12; Dan 9:26-27; Dan 12:11; Mat 24:2, Mat 24:15-16; Luk 21:22-24).

Doordat Jezus al vooruitkeek, sprak Hij hier in Joh 2:19-21 al over Zijn lichaam (de geloofsgemeenschap), de ware tempel (1 Kor 3:16-17; 2 Kor 6:16) waarin wij nu als een heilig koninklijk priesterschap geestelijke offers brengen, die God welgevallig zijn door Jezus de Messias (1 Pet 2:4-10). Dus geen aanbidding meer op een tastbare berg (Heb 12:18-21), ook niet (heel lokaal en alleen) in Jeruzalem (Joh 4:21-23), maar iedereen kan nu in Geest en waarheid door de Messias naderen tot de (geestelijke/hemelse) berg Sion en tot de stad van de levende God, tot het hemelse Jeruzalem (Heb 12:22-24).


Recent toegevoegd