De handelingen van de apostelen

Handelingen 1

Inleiding en vervolg op het eerste verslag van Lukas
(Luk 1:1-4)

1 Het eerste verslag heb ik gemaakt, o Theofilus, over alles wat Jezus begonnen is te doen en te onderwijzen. 2 Tot op de dag dat Jezus° werd opgenomen [in de wolken], nadat Hij door de heilige Geest aan de apostelen, die Hij uitgekozen had, opdrachten had gegeven. 3 Aan wie Hij Zichzelf levend vertoond heeft, nadat Hij geleden had, met vele bewijzen en door hen gezien werd veertig dagen lang, en sprak met hen over de dingen van het Koninkrijk van God. (Dan 2:44)

1:9 *Opgenomen [naar de hemel]
Dit is hét moment dat Jezus opgenomen werd met de wolken naar de hemel om voor de ‘Oude van dagen’ (de eeuwige en almachtige God) te verschijnen. Toen ontving Jezus alle heerschappij/macht in hemel en op aarde, glorie/eer en Zijn eeuwige Koninkrijk als de Koning van alle koningen, en alle mensen en volken in verschillende talen zullen Hem vereren (Dan 7:13-14; Mat 28:18; 12:28; Luk 19:12, 15-27; 17:20; 1 Kor 15:24-26). Maar waarschijnlijk was er ook al een eerder moment, namelijk de dag na Zijn opstanding, toen Hij zich als Eersteling aan God toonde (Lev 23:9-10; Num 18:12-13). Want Jezus zegt tot Maria “Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgestegen/opgevaren [met de wolken] naar mijn Vader, maar ga naar mijn broeders en zeg tot hen: ‘Ik stijg/vaar op naar mijn Vader en jullie Vader,..’ (Joh 20:17)”. Hierna mochten de vrouwen Hem wél aanraken (Mat 28:9) en ook Thomas raakt Hem aan (Joh 20:27-28). Daarom verwachten we dat Jezus in deze tussentijd al bij de Vader is geweest om Zijn Koningschap te ontvangen en dat Hij daarom al vóór Zijn publieke/zichtbare hemelvaart zegt: “Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde” (Mat 28:18-20).

Het Koninkrijk van God groeit geleidelijk, zoals we dit onder andere zien in Dan 2:34-35, 44. De “steen” wordt steeds groter. De woorden “In de dagen van die koningen” geven ook aan dat dit toen al begon. Jes 9:6, het woord “uitbreiding” wijst op een voortdurend groeiproces. In Mat 13:31-32 gebruikt Jezus net als Daniël beeldspraak van een geleidelijke groei, zoals het mosterdzaadje dat uitgroeit tot een grote boom. En in Mat 13:33 vergelijkt Hij het Koninkrijk met zuurdeeg (dit keer in de positieve zin) dat door een hoop meel (de wereld) wordt gemengd totdat het helemaal doorzuurd is. Ook dit geeft een geleidelijke groei aan. En in Mar 4:26-29 zie je de geleidelijke groei van het graan. Jezus zegt in Mat 28:19 “Ga er daarom op uit om alle volken tot Mijn leerlingen te maken”. Dit is een wereldwijd, langdurig proces van zaaien, water geven en oogsten. Terwijl het lichaam van de Messias (de trouwe gelovigen) op dit moment in Europa en Noord-Amerika afneemt, is er sprake van een explosieve groei in niet-westerse landen zoals Sub-Sahara Afrika (“Waar in 1900 slechts 9 miljoen christenen in Afrika woonden, zijn dat er inmiddels honderden miljoenen” (10 mei 2025) – Bron), Azië (“In landen als China, Nepal, Cambodja en Mongolië groeit het christendom sneller dan de algemene bevolking. Volgens sociologische schattingen is de verwachting dat China binnen enkele decennia een van de landen met de meeste christenen ter wereld zal zijn” (15 november 2024) – Bron) en delen van het Midden-Oosten (“Ondanks zware vervolging door de overheid kent Iran een van de snelst groeiende ondergrondse kerkbewegingen ter wereld” (28 mei 2025) – Bron). Ook voor het westen is dus hoop!

Het Koninkrijk begon officieel met de komst van Jezus (Hij werd al aanbeden als Koning kort na Zijn geboorte, Mat 2:2, 11), Zijn dood en Zijn opstanding (het “zaadje” is geplant) en Zijn Koningschap zal meer en meer in vervulling gaan, zoals Hij ook aangeeft met de woorden “de tijd komt en is nu” (Joh 4:23-25; 16:32). “Want Hij moet Koning zijn, totdat Hij alle vijanden onder Zijn voeten heeft gelegd” (1 Kor 15:25). Als je dit vergelijkt met Han 2:33-35, waar over Jezus staat: “Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden neergelegd zal hebben als een voetbank voor Uw voeten”, dan is het duidelijk dat Jezus al meer dan 2000 jaar zit aan de rechterhand van God op Zijn troon, de troon van David (Han 2:29-30; Luk 1:31-33; Heb 1:8-9; 8:1; 12:2; 1 Pet 3:22). Jezus zal waarschijnlijk ook op deze troon zitten en neerdalen uit de hemel op de wolken (Mat 26:63-64), wanneer Hij aan het einde van de tijd op de laatste dag (Joh 6:39-54; 11:24-26; 12:48) de levenden en de doden zal oordelen bij Zijn verschijning (Mat 25:31-46; Han 1:10-11; 1 Thes 4:15-17; 2 Tim 4:1; 1 Pet 4:5; Open 20:11-15).

5 En dan komt vers 5… (Han 1:1, 24; Joh 1:1-2)

Recent toegevoegd